Nieuws

Rol mentor en decaan vaak onduidelijk

10 februari 15

 

Middelbare scholieren beoordelen de rol van de decaan vaak als onduidelijk. Dit blijkt uit het grootschalige Nationaal Studiekeuze Onderzoek van marktonderzoeksbureau Markteffect onder mentoren, decanen en bijna 5.000 scholieren, studenten en hun ouders.


De decaan speelt veelal geen uitgesproken rol in het studiekeuzeproces, aldus vmbo-, havo- en vwo-scholieren. Ze vinden de decaan onzichtbaar binnen de middelbare school en hebben zelfs soms nog nooit van de term ‘decaan’ gehoord. “Natuurlijk zijn er ook positieve uitzonderingen: decanen die wel één op één gesprekken voeren met scholieren en een brede kennis hebben, maar het signaal dat scholieren hiermee afgeven is duidelijk”, aldus expert marketing onderwijs en directeur van Markteffect, Edgar de Beule.
 
De decaan ziet zichzelf echter wel als dé expert, blijkt uit ditzelfde onderzoek. Sterker nog, ze denken dat scholieren hen zien als degene die kennis heeft van onderwijsinstellingen en van de verschillende vervolgopleidingen.
 
Overigens zijn scholieren niet alleen kritisch jegens de decaan. Ook de mentor moet het ontgelden. Letterlijk zeggen scholieren hierover “met de mentor moet je het treffen”. Volgens de decanen zou net iets meer dan de helft van de mentoren goed functioneren.
 
Mentoren zelf hebben het gevoel onvoldoende begeleid te worden. Een derde van de mentoren blijkt geen enkele aansturing te ondervinden door de decaan of door de schoolleiding. De houding jegens het loopbaan oriëntatie begeleidingsproces (LOB) verschilt erg per mentor. De ene mentor vindt het proces nuttiger dan de andere en volgens de decanen heeft dit invloed op het enthousiasme van middelbare scholieren ten aanzien van het vak LOB.
 
Decanen zijn van mening dat de mentor moet aanvoelen wanneer een leerling iets dwarszit. Decanen hechten zeer veel waarde aan deze persoonsgerichte benadering. Ook de ouders van middelbare scholieren zijn van mening dat de schoolleiding, met name de decanen en mentoren, meer informatie moet verlenen en sturing moet geven, bijvoorbeeld door één op één gesprekken. Zij merken op dat er onvoldoende kennis van vervolgstudies is bij de decanen en mentoren. De rol van decanen en mentoren bestempelen zij als ‘beperkt’. Vertrouwen in de school is er dan ook nauwelijks onder ouders.
 
Ouders van met name vmbo-scholieren constateren veelal dat hun kinderen niet tot nauwelijks een beeld hebben van wat ze willen doen in hun toekomst. Zij vinden het de taak van de middelbare school om te herkennen welke scholieren (meer) begeleiding nodig hebben. Het is aan de decanen en mentoren om in te grijpen en samen met de ouders en de scholier het gesprek aan te gaan over de te maken studiekeuze. Scholieren die nog niet weten wat zij willen doen qua toekomst/beroep vragen ook duidelijk minder advies aan anderen. “Het is aan de decanen en mentoren om te laten zien wat hun toegevoegde waarde is, zodat scholieren hier ook (actiever) gebruik van gaan maken, waardoor mogelijk het onderwijsrendement en studiesucces verhoogd kan worden op mbo-, hbo- en wo-instellingen”, meent Edgar de Beule. Decanen merken op dat scholieren die uit zichzelf naar hen toekomen veelal zeer gerichte vragen stellen. Volgens hen is het daardoor nog belangrijker dat middelbare scholen de drempel voor scholieren verlagen om naar een decaan en/of mentor te stappen.



Edgar de Beule
Algemeen directeur