Ik grinnikte – deels vanuit herkenning. Het raakt aan een beeld dat we vaker horen: jonge werknemers die grenzen stellen, vragen stellen, begeleiding verwachten en minder vanzelfsprekend meegaan in hoe werk altijd georganiseerd is geweest. Als jongerenexpert begrijp ik goed wat er speelt, maar als werkgever en Millennial voel ik óók waar het schuurt.
Vorige week zat ik met een jonge collega in gesprek over werkuren en capaciteit. We bespraken haalbaarheid, prioriteiten en werkdruk. Geen uitzonderlijk gesprek – eerder een dat ik steeds vaker voer. Ik zal je eerlijk zeggen: ik moest ook even voorbij mijn eigen irritatie. En toen ik dat deed, zag ik geen weerstand tegen verantwoordelijkheid. Wat ik zag was iemand die het goed wil doen, maar zoekend is in wat ‘goed’ eigenlijk betekent. Wat verwacht je van mij binnen de beschikbare tijd? Wat gebeurt er als het niet lukt? Hoe verhoudt werk zich tot de rest van mijn leven?
Het zette me aan het denken hoe snel we gedrag van jonge werknemers labelen: minder loyaal, meer eisen, te snel grenzen stellen en veel behoefte aan begeleiding. Ik denk dat we de verkeerde conclusie trekken: het is geen generatieprobleem, het is een spiegel voor het systeem van werk. Jonge werknemers zijn niet moeilijk; ze maken zichtbaar hoe vanzelfsprekendheden binnen ons werkmodel misschien nooit zo vanzelfsprekend waren.
Veel organisaties draaien op impliciete afspraken en aannames – ook de onze. Zo hoorde ik ooit de vraag of een toiletpauze geregistreerd moest worden. Ik had nooit verwacht dat deze vraag echt leefde. We verwachten eigenaarschap, flexibiliteit en betrokkenheid, zonder uit te leggen wat dat concreet betekent.
Toen ik zelf begon met werken had ik ook allerlei vragen en onzekerheden. Ik was alleen niet gewend om ze hardop te stellen. Ik had geleerd dat hard werken erbij hoort – zelfs wanneer dat (gedeeltelijk) ten koste gaat van jezelf. Dat je onderaan begint en laat zien wat je waard bent. Aanpassen hoorde erbij. Twijfel sprak je pas uit als je je positie had verdiend.
Nu dagen mijn jonge werknemers me uit. Ze stellen vragen. Ze benoemen problemen die ze ervaren. En ze dwingen me tot beter leiderschap: transparanter, bewuster en met meer richting. Dat schuurt ook soms, daar komt mijn irritatie vandaan, vanuit generatieperspectief, maar ook omdat een systeem wat jarenlang functioneerde zonder bevraagd te worden, ineens uitgelegd en herzien moet worden.
Ik zie jonge werknemers die veel verantwoordelijkheid voelen. Ze willen het goed doen, zich ontwikkelen en impact maken. Ze zijn betrokken, maar niet automatisch volgens de spelregels die ooit zijn bedacht. Ik denk dat zij het spel niet verkeerd spelen, maar anders.
Werk is voor hen niet allesbepalend. Ontwikkeling weegt zwaarder dan stabiliteit. Loyaliteit ontstaat vanuit groei en betekenis, niet vanuit vanzelfsprekendheid. Je kunt dat interpreteren als lastig, maar ook als feedback op het systeem of de cultuur van je organisatie.
Voor marketingteams en organisaties zit er een interessante parallel. We investeren veel energie in het begrijpen van onze doelgroepen: luisteren, analyseren en campagnes en boodschappen maken op basis van gedrag. Hoe vaak passen we dat vermogen intern toe of dagen we de directie daarop uit?
Als we gedrag van jonge werknemers vooral framen als afwijking van de norm, missen we misschien dezelfde signalen die we buiten de organisatie wél serieus nemen. Het betekent niet dat jonge werknemers altijd gelijk hebben of de organisatie zich volledig moet aanpassen aan elke verwachting. Het gesprek wordt pas echt interessant als we stoppen met kijken naar de ‘afwijking’ en beginnen met kijken naar wat de ‘afwijking’ zichtbaar maakt.
In mijn werk als jongerenexpert zie ik dat bouwen aan een jongerenproof organisatie niet begint bij beleid. Het begint met luisteren. En gevolgd door erkenning, begrip en ruimte geven. Erkenning dat jonge werknemers in ontwikkeling zijn: gedrag en reacties worden beïnvloed door hun ontwikkelfase. Begrijpen dat ze opgegroeid zijn in een andere context en hoe de tijdgeest doorwerkt in werk. En ze de ruimte geven om starter te zijn: alles is nieuw, logisch dat ze zoeken naar houvast.
Als directeur merk ik dat jonge werknemers me niet alleen uitdagen, ze maken me beter. Niet omdat zij alle antwoorden hebben, maar omdat ze vragen stellen die ik zelf niet stel – vaak omdat dingen voor mij vanzelfsprekend zijn. Toekomstbestendig werk begint niet bij hen veranderen, maar bij onze bereidheid om het met frisse en nieuwsgierige ogen te bekijken.
Over de auteur
Nina Hoek van Dijke is Jongerenexpert en directeur Jong & Je Wil Wat. Jong & Je Wil Wat jongerencommunicatie is gespecialiseerd in het betrekken (onderzoek), begrijpen (strategie) en bereiken (communicatie & campagne) van jongeren.
Dit artikel is onderdeel van RELEVANCE, het gezamenlijke magazine van Markteffect, Markteffect | Beautiful Lives, TDA Analytics, TDA Technology en Techonomy (allemaal onderdeel van The Relevance Group). In het magazine delen we inspirerende klantverhalen, praktijkcases en de nieuwste inzichten op het gebied van data, onderzoek, AI, technologie en marketing. Ook een exemplaar ontvangen? Stuur ons gerust een berichtje!